Om 06.00 ‘s morgen vroeg op maandaag moesten we inchecken bij MAF, dus, ja ik werd waker om 04:30. Dat was nog te vroeg, maar: beter te vroeg dan te laat. Om half zes, stonden we al klaar op de stoep. Na een kwartiertje wachten, kwam de taxi die ik eerder opbelde. Alle spullen gingen de aute in, en we ook natuurlijk, en meteen naar de luchthaven. We waren daar precies om zes uur, maar we konden niet het vliegtuig gelijk in, want er mag geen vliegtuig de lucht in gaan voor seven uur. Jammer, een uurtje nog. Maar dat was niet anders, je moet de regels niet laten varen. Om seven uur zaten we in het vliegtuig. Na ongeveer 1 uur 20 minuten vliegen kwamen we in Senggo, van Senggo vlogen we naar Tiau. Daar stoden al Jan Wieske en Gerrit de Graaf. Gerrit moest naar Kou en Jan terug naar Sentani. Binnen half uurtje later is ons Caravan veileg geland op sungai Kou. Ik zag veel mensen op de haven stonden. Toen ze Paheng zagen, riepen ze meteen: ‘nare..., tete...., nare...., tete....’ ik was echt verbaasd. Zij waren zo blij dat ze Paheng weer konden zien. Na een tijdje op het haven, hantjes geven en omarmen (voor Paheng natuurlijk), gingen we naar het huis van ds. Roemi zijn dochter, Elizabeth. We waren goed ontvangen ondanks dat ze niet wiest dat we zouden komen. Er was bericht uit Sentani via radio over ons bezoek, maar de mensen in Kou hebben het niet gehoord. Dus het was een groot verassing. Ik was een ‘new comer’ in Kou dus ik praat niet zo veel. En wat grappig was dat de mensen dachten dat ik Jos was. Paheng kreeg veel bezoekers, sommige riepen hem ‘tete’(opa) en andere ‘nare’ (papa), enz. Echt geweldig.
Vier daggen zatten we in Kou. Paheng kreeg heel veel bezoekers. Sommige, vooral de oude generaties, kende hij nog heel goed, maar de jongeren moesten eerst zeiden wiens zonen of dochters zij waren. Dat was wel leuk. In tussen hebben we afspraak gemaakt met de oudelingen voor woensdagochtend en Yusup Kinggo voor donderdagmorgen. Met de oudelingen was de schepping en Gods voorzienigheid het onderwerp. En met Kinggo praten we over ‘suangi’. Dat is het verhaal over mensen die, naar het stamgeloof, magische kracht hebben om mensen te doden. Dit geloof heeft inderdaad een sterke invloed op de mannier waar mensen in suku Jair, Kombai en Mandobo, het leven en de dood op kijken. Het leven en de dood zijn niet in Gods hand alleen zoals geschreven is in Romeinen 14, maar de mensen zouden dus ook andere mensen kunnen laten doden. Door het gesprek met de oudelingen op woensdag kreeg ik de indruk dat de oudelingen dat geloof ook nog steeds vasthouden. Ze zeiden dat niet, maar ik kon wel zien door hun mannier van spreken. Dat bleek ook in Merauke als we praten over het zelfde onderwerp. Één van de ouderlingen daar erkende openlijk dat hij dat ook nog steeds gelooft. Hij zei dat er iemand is dat hij of iemand anders niet in zijn plaats mag zitten of hem mag begroeten als hij terugkomt van zijn akker, enz. Want zodra je in zijn plaats zit of hem begroeten dan zou je meteen ziek gaan worden.
Gedurende vier dagen in Kou hebben we veel gepraat met de ouderlingen. Ook bemoedigden we hen om sterk te zijn en door te kunnen gaan met het dienen van het Woord. Er was één dominee die niet meer functioneert om een of andere reden dat niet helemaal duidelijk voor me was. Er was ook één candidaat dominee. Hij heeft zijn dominee examen afgelegd. Hij is nog niet bevestigd maar beschout zich zelf als dominee. Wat ik me niet kon voorstelen was dat hij deed als of hij de baas was van de ouderlingen. Hij deed eingelijk niks. Toch praatte wel te veel. Het is triest. Aan de ene kant zijn de ouderlingen te zwaak en bang om kerkelijke beslissingen te nemen en aan de andere kant blijft de dominee alleen maar naam: geen werk. Wat is dan hier het gevolg van? De gemeente lijkt een kudde zonder herder. Er hard gebeden moet worden zodat de Eigenaar van de kudde goede herder mag sturen. Islam groet heel snel. Al de huizen waar de misionaries vroeger in gezeten hebben zijn nu in bezit genomen door de ‘pedagang’; (winkeliers?). De streep waar de MAF vliegtuigen opbgeland hadden, is verdwenen. Komen er nu in haar plaats huizen en winkels. Zelfs het huis van ds Venema is nu winkel geworden, verkocht door de eigenaar van de grond waar het huis op staat. De kerk van Kou kan niets aandoen. Wat een situatie he. We bleven in Kou van maandaag t/m vrijdaag, 22 – 26/06/09
donderdag 16 juli 2009
woensdag 15 juli 2009
Schepping en Gods voorzienigheid
Woensdag en donderdag, 17-18/06/09: Schepping en Gods voorzienigheid
Eindelijk kon de mini seminaar biginen. In 2 avonden vond het plaats met rond tien deelnemers. Zij waren ouderlingen van GGRI Sentani en Waena. Het was een heel goed gesprek. De ouderlingen vertelden hun eigen ervaringen over hoe ze naar elende bijv. Ziekte kijken. T.a.v. van Gods voorzienigheid en ziekte of andere moeilijke situaties waren ze van mening dat je elende niet hoeft te opvatten als straf van God. God kan dat wel toelaten. En Zijn bedoeling is niet anders dan je dichter bij Hem brengen. Éen van de deelnemers (Pak Naftali Baikole) vertelde zijn ervaring toen hij hartanval kreeg tien jaar geleden. Toen kwam éen collega van hem, ook christen, en vroeg: ‘wat voor zonde heb je gedaan? Die moet straf van God zijn om je zonde.’ Hij was boos en zij: ‘nee, ik heb niks gedaan. Als een mens ben ik wel een zondaar. Ik erken dat ik zondig elke dag. Maar ik vraag ook toch elke dag om vergeving, en ik geloof dat God mij vergeef.’
Na ons (Paheng en ik) bezoeken en gespreken met ouderlingen in een paar verschillende gemeentes ben ik van mening dat het verwijten van Baikole zijn collega te maken heeft met de manier van denken en van omgaan met de moeilijke situaties, vooral ziekte. Zij zoeken altijd de oorzaak ‘horizontally’: als je ziek wordt of als éen van je familielied overleden is, betekent het dat je iets verkeerd hebt gedaan of een ‘suanggi’ dat heeft gedaan. Zij laten dus de elende los van Gods voorzienigheid.
Vridaag - zondaag, 19 – 21/06/09: Biara.
Op vrijdaag, ‘s morgen vroeg (06:30), moesten we incheken. Ik was al waker om 04:30. Maar, ja…. typisch Indonesisch: het Merpati kwam 1 uur te laat. We zouden om 7 uur moeten vertreken, maar toch om 8 uur pas. Binnen 70 minuten zijn ons vliegtuig velig geland op het vliegveld Mapo, te Merauke, het meest zoud oostelijke puntje van Indonesia. Ik kon de mooie uitzicht van de bergen en ‘valley’ tussen Sentani en Merauke niet genieten vanwege de dikke witte wolken. Helaas. Maar goed, het belangrijkste was dat we veilig in Merauke zijn aangekomen.
Vrijdaag brachten we door om te uitrusten. En op saterdag morgen brachten we een bez oek op aan de SETIA dependance te Merauke. Het was heel leuk hen te ontmoeten. We praten meer over hun situatie en de band tussen hen en de GGRI daar. En toen kregen we te horen dat ze niet meer naar de GGRI op zondaag. Fredrik Masneno, éen van de docenten, vertelde ons dat ze kerkden daar in het bigin. Ook ging hij eens de dienst voor. Maar daarna niet meer. Toen we de ouderlingen ontmoetten in de middag, kregen we te horen dat ze erg teleurgesteld zijn omdat de SETIA mensen niet meer bij de GGRI kerken.
Zondaag morgen om rond 8 uur waren we kraar om naar kerk te gaan. Een stukje liepen en toen kwan een taxi, dus namen we dat en binen enkele minutes stopte zij voor de kerk. Paheng ging de dienst voor. Hij moest ook twee oudelingen bevestigen. Dat was een mooie dienst.
Zondaag avond gingen we naar SETIA. Ze hebben ons uitgenodigd om een gezaamelijkemaaltijd. Dat was leuk. Tijdens het eten praten we weer over de band tussen SETIA en GGRI. En toen zei ik dat ze better weer naar de GGRI gaan en een goed relatie proberen te bouwen. Ik hoop dat ze dat willen gaan doen. Want ik zie dat de GGRI in Merauke, en ook in andere plaats op Papua, hulp nodig is.
Eindelijk kon de mini seminaar biginen. In 2 avonden vond het plaats met rond tien deelnemers. Zij waren ouderlingen van GGRI Sentani en Waena. Het was een heel goed gesprek. De ouderlingen vertelden hun eigen ervaringen over hoe ze naar elende bijv. Ziekte kijken. T.a.v. van Gods voorzienigheid en ziekte of andere moeilijke situaties waren ze van mening dat je elende niet hoeft te opvatten als straf van God. God kan dat wel toelaten. En Zijn bedoeling is niet anders dan je dichter bij Hem brengen. Éen van de deelnemers (Pak Naftali Baikole) vertelde zijn ervaring toen hij hartanval kreeg tien jaar geleden. Toen kwam éen collega van hem, ook christen, en vroeg: ‘wat voor zonde heb je gedaan? Die moet straf van God zijn om je zonde.’ Hij was boos en zij: ‘nee, ik heb niks gedaan. Als een mens ben ik wel een zondaar. Ik erken dat ik zondig elke dag. Maar ik vraag ook toch elke dag om vergeving, en ik geloof dat God mij vergeef.’
Na ons (Paheng en ik) bezoeken en gespreken met ouderlingen in een paar verschillende gemeentes ben ik van mening dat het verwijten van Baikole zijn collega te maken heeft met de manier van denken en van omgaan met de moeilijke situaties, vooral ziekte. Zij zoeken altijd de oorzaak ‘horizontally’: als je ziek wordt of als éen van je familielied overleden is, betekent het dat je iets verkeerd hebt gedaan of een ‘suanggi’ dat heeft gedaan. Zij laten dus de elende los van Gods voorzienigheid.
Vridaag - zondaag, 19 – 21/06/09: Biara.
Op vrijdaag, ‘s morgen vroeg (06:30), moesten we incheken. Ik was al waker om 04:30. Maar, ja…. typisch Indonesisch: het Merpati kwam 1 uur te laat. We zouden om 7 uur moeten vertreken, maar toch om 8 uur pas. Binnen 70 minuten zijn ons vliegtuig velig geland op het vliegveld Mapo, te Merauke, het meest zoud oostelijke puntje van Indonesia. Ik kon de mooie uitzicht van de bergen en ‘valley’ tussen Sentani en Merauke niet genieten vanwege de dikke witte wolken. Helaas. Maar goed, het belangrijkste was dat we veilig in Merauke zijn aangekomen.
Vrijdaag brachten we door om te uitrusten. En op saterdag morgen brachten we een bez oek op aan de SETIA dependance te Merauke. Het was heel leuk hen te ontmoeten. We praten meer over hun situatie en de band tussen hen en de GGRI daar. En toen kregen we te horen dat ze niet meer naar de GGRI op zondaag. Fredrik Masneno, éen van de docenten, vertelde ons dat ze kerkden daar in het bigin. Ook ging hij eens de dienst voor. Maar daarna niet meer. Toen we de ouderlingen ontmoetten in de middag, kregen we te horen dat ze erg teleurgesteld zijn omdat de SETIA mensen niet meer bij de GGRI kerken.
Zondaag morgen om rond 8 uur waren we kraar om naar kerk te gaan. Een stukje liepen en toen kwan een taxi, dus namen we dat en binen enkele minutes stopte zij voor de kerk. Paheng ging de dienst voor. Hij moest ook twee oudelingen bevestigen. Dat was een mooie dienst.
Zondaag avond gingen we naar SETIA. Ze hebben ons uitgenodigd om een gezaamelijkemaaltijd. Dat was leuk. Tijdens het eten praten we weer over de band tussen SETIA en GGRI. En toen zei ik dat ze better weer naar de GGRI gaan en een goed relatie proberen te bouwen. Ik hoop dat ze dat willen gaan doen. Want ik zie dat de GGRI in Merauke, en ook in andere plaats op Papua, hulp nodig is.
maandag 13 juli 2009
Zondaag, 14/06: Het huis uit
Beste mensen,
Het moest een tijdje ging duren om mijn verhaaltje op de blog te plaatsen. Ik hoop dat u het kunt genieten.
Zondaag, 14/06: Het huis uit
Al vanaf vrijdag ware al de koper en tas ingepakt. Mariam deed dat heel goed. Ik? Kon ik dat zelf niet? Nee. Ik kon wel kleen een beetje helpen, maar zij hield de koers. De dag van vertrek was eigenlijk op zondagsavond om 11:30: twee dagen nog; maar goed, het is beter om wat eerder in te pakken.
Zondag, de dag van vertrek naar een helemaal nieuw avontuur is aangebroken. Tijd om van het huis uit, gedag te zeggen. Maar nee, nog niet. Ik moest eerst nog naar een vergadering van SETIA om twee uur. Een vergadering op zondaag? Is dat geen sabat? Ja wel, maar zo gaat het op SETIA, en natuurlijk over al in Indonesie. Het werk gaat gewoon door. De bijeenkomst duurde twee uur lang ergens in Jakarta Pusat. Dus om vier uur reed ik terug, naar huis, en dan anderhalf uur was daar al, had nog wat tijd om met de kids te spleen. Om 7 uur ‘s avond was ik het huis uit richting vliegveld met een taxi.
Om 11:30 zat ik al in Garuda, klaar om te vliegen naar Bali. Paheng was daar me zat te wachten want we namen het zelfde vliegtuig naar Sentani. De grote ‘vogel’ is goed geland en hoorde ik de ‘pengumuman’ dat al de passagiers uit moesten, en degene die door moesten vliegen konden binnen 30 minuten weer het vliegtuig in. Ik kwam de wacht kamer binnen en zag meteen Paheng op de bank. En toen gingen we samen het vliegtuig in om 02:30. De ‘flight’ ging heel goed.
Mandag, 15/06/09: Wilhelmina top
Om ongeveer 08:00 uur ‘s morgen zijn we veilig op het vliegveld Moses Kilangin, Timika, aangekomen. Een redelijk lange reis dus. Maar ik heb het met plezier gedaan. Na 30 minuten transit, zijn we weer het vliegtuig in gegaan. Van uit de lucht tussen Timika en Sentani ziet de top van Puncak Jaya schitterend uit. Heel mooi om te zien met hier en daar wat sneeuw. Vroeger was die Wilhelmina top genoemd. En wat nu men Puncak Mandala noemt was vroeger Juliana top. Benoend naar Nederlandse koningin dus.
Rond 09.00 is ons vliegtuig veilig geland op het vliegveld Sentani. Als we al onze spullen te pakken kregen, hielden we een taxi, en reed naar pos 7. Ibu Dini Wieske groette ons van harte en nodigde ons uit naar hun huis. Een lekker bakje vries drank en daarna naar het gastenhuis van NRC.
Kontacten op zoeken.
De bedoeling was dat we in Sentani en of in Waena seminar zouden kunnen houden over de schepping en Gods voorzinnigheid, met als doelgroep de ouderlingen voordat we het binnen land in. Hier hadden we Yan Wanbrouw voor nodig, maar die was niet te bereiken via mobile, dus we gingen hem zoeken. Maar eerst moesten we de auto van fam. Wieske hebben. Die was geparkeerd bij het huis van een andere familie. De naan is van mijn hoofd verdwijnen. Jammer. Maar er was niemand thuis. We liepen hier en daar rond dat huis: ‘hallo, hallo, hallo’, door het raam kijken, en weer ‘hallo, hallo’, maar geen resultaat. We liepen dus gewoon door naar het huis van Wambraw. Het leek leeg te zijn in het begin, maar in eens kwamen veel geblaven. Oo, een beetje eng. Na een tijdje kwan Wambraw zijn vrouw te voorschijn: ‘selamat sore, bapa. Maaf Yan sakit’, goede avond, Yan is ziek. We konden hem niet bereiken. We richten ‘de koers’ terug, naar het huis van ds. Ndiken, dat tegenover het huis van fam. Wambraw staat. Gelukkig, die was er wel. Van hem kregen we te horen dat er nog geen duidelijke plan was om het geplande cursus te gaan houden; ze hebben wel gehoord dat we zouden komen. Na een tijdje gepraat kwam een goed afpspraak uit dat het cursus wel kon gebeuren, maar daan in Waena. De ouderlingen van GGRI Sentani en Waena konden daar bijeenkomen.
Diensdag, 16/06/09: Asei Faa en imodium
Tegen 09:00 uur reden we naar Waena, naar de kantoor van GGRI, langs de kust van danau Sentani. Wat een mooi uitzicht he; schitterend. In het midden van de danau liggen er enkele kleine eilanden vol van huizen. Er staan wel restaurantjes langs de kust. Éen van die heet Asei Faa (Zoon van Asei). Van de obber heb ik begrepen dat die naam door Nederlanders was gegeven. Of dat wel zo is of niet, weet ik niet. Toen we in de ‘halaman’ van de kantoor binnen kwamen was er een jonge dame, Johanna. We wilden graag met iemand van de kantoor praten, die de cursus voor de ouderlingen verder zou kunnen regelen, maar het was ons niet gelukt. Na een poosje kwan een jonge man. Die werkt voor SMTK, die door Oce Roemi cs is opgericht. Hij was de zoon van iemand die Paheng wel kent. Ik was nog vreemd voor hem en andersom natuurlijk. Naast die school is er nog een andere SMTK in Merauke. Die is door de GGRI in samenwerking met CvO opgericht.
Van de kantoor gingen we naar het huis van fam. Roemi. Dat staat vlak bij de kantoor. De dochter van die familie, Vebe, was dikke vriendien van Wemke vroeger in Kou. En toen reden we door naar Abepura, om één van mijn college, ds. Oktovianus Boling, te ontmoeten. Hij, met zijn familie, woont in Koya Timur (ander half uur rijden van Sentani). Onder weg kreeg Paheng een telefoontje van Yustus (een ouderling van GGRI Waena) dat hij op kantoor was). Dus na de korte ontmoetting met mijn collega reden we terug naar Waena om met Yustus te praten. Paheng vroeg hem om het cursus te gaan regelen. De cursus was inderdaard geplaand, dus kon op woensdag- en dondergavond gedaan woorden. Gelukkig. Met gerust en blijschaap reden we terug naar Sentani. We lieten de de auta stil bij het parkeerterrein van Asei Faa om daar ons lunch te kunnen hebben. Van uit het restaurant kun je de danau heel goed genieten. Het uitzicht ziet er heel schitterend uit. We maakten een paar foto’s en dan aten. Ik gaf mijn fototoestel aan éen van de ober en vroeg of zij foto voor ons wilde maken. Ze wilde dat wel maar dan hield ze de toestel omgekeerd, bleek dat zij zo’n aparaat niet kon gebruiken. Grappig, maar dat was en is begrijpelijk. Na dat lekkere lunch kreeg ik diare voor enkele dagen, ik moest dan een paar tableten, Imodium, innemen. Dat was wel vervelend.
Het moest een tijdje ging duren om mijn verhaaltje op de blog te plaatsen. Ik hoop dat u het kunt genieten.
Zondaag, 14/06: Het huis uit
Al vanaf vrijdag ware al de koper en tas ingepakt. Mariam deed dat heel goed. Ik? Kon ik dat zelf niet? Nee. Ik kon wel kleen een beetje helpen, maar zij hield de koers. De dag van vertrek was eigenlijk op zondagsavond om 11:30: twee dagen nog; maar goed, het is beter om wat eerder in te pakken.
Zondag, de dag van vertrek naar een helemaal nieuw avontuur is aangebroken. Tijd om van het huis uit, gedag te zeggen. Maar nee, nog niet. Ik moest eerst nog naar een vergadering van SETIA om twee uur. Een vergadering op zondaag? Is dat geen sabat? Ja wel, maar zo gaat het op SETIA, en natuurlijk over al in Indonesie. Het werk gaat gewoon door. De bijeenkomst duurde twee uur lang ergens in Jakarta Pusat. Dus om vier uur reed ik terug, naar huis, en dan anderhalf uur was daar al, had nog wat tijd om met de kids te spleen. Om 7 uur ‘s avond was ik het huis uit richting vliegveld met een taxi.
Om 11:30 zat ik al in Garuda, klaar om te vliegen naar Bali. Paheng was daar me zat te wachten want we namen het zelfde vliegtuig naar Sentani. De grote ‘vogel’ is goed geland en hoorde ik de ‘pengumuman’ dat al de passagiers uit moesten, en degene die door moesten vliegen konden binnen 30 minuten weer het vliegtuig in. Ik kwam de wacht kamer binnen en zag meteen Paheng op de bank. En toen gingen we samen het vliegtuig in om 02:30. De ‘flight’ ging heel goed.
Mandag, 15/06/09: Wilhelmina top
Om ongeveer 08:00 uur ‘s morgen zijn we veilig op het vliegveld Moses Kilangin, Timika, aangekomen. Een redelijk lange reis dus. Maar ik heb het met plezier gedaan. Na 30 minuten transit, zijn we weer het vliegtuig in gegaan. Van uit de lucht tussen Timika en Sentani ziet de top van Puncak Jaya schitterend uit. Heel mooi om te zien met hier en daar wat sneeuw. Vroeger was die Wilhelmina top genoemd. En wat nu men Puncak Mandala noemt was vroeger Juliana top. Benoend naar Nederlandse koningin dus.
Rond 09.00 is ons vliegtuig veilig geland op het vliegveld Sentani. Als we al onze spullen te pakken kregen, hielden we een taxi, en reed naar pos 7. Ibu Dini Wieske groette ons van harte en nodigde ons uit naar hun huis. Een lekker bakje vries drank en daarna naar het gastenhuis van NRC.
Kontacten op zoeken.
De bedoeling was dat we in Sentani en of in Waena seminar zouden kunnen houden over de schepping en Gods voorzinnigheid, met als doelgroep de ouderlingen voordat we het binnen land in. Hier hadden we Yan Wanbrouw voor nodig, maar die was niet te bereiken via mobile, dus we gingen hem zoeken. Maar eerst moesten we de auto van fam. Wieske hebben. Die was geparkeerd bij het huis van een andere familie. De naan is van mijn hoofd verdwijnen. Jammer. Maar er was niemand thuis. We liepen hier en daar rond dat huis: ‘hallo, hallo, hallo’, door het raam kijken, en weer ‘hallo, hallo’, maar geen resultaat. We liepen dus gewoon door naar het huis van Wambraw. Het leek leeg te zijn in het begin, maar in eens kwamen veel geblaven. Oo, een beetje eng. Na een tijdje kwan Wambraw zijn vrouw te voorschijn: ‘selamat sore, bapa. Maaf Yan sakit’, goede avond, Yan is ziek. We konden hem niet bereiken. We richten ‘de koers’ terug, naar het huis van ds. Ndiken, dat tegenover het huis van fam. Wambraw staat. Gelukkig, die was er wel. Van hem kregen we te horen dat er nog geen duidelijke plan was om het geplande cursus te gaan houden; ze hebben wel gehoord dat we zouden komen. Na een tijdje gepraat kwam een goed afpspraak uit dat het cursus wel kon gebeuren, maar daan in Waena. De ouderlingen van GGRI Sentani en Waena konden daar bijeenkomen.
Diensdag, 16/06/09: Asei Faa en imodium
Tegen 09:00 uur reden we naar Waena, naar de kantoor van GGRI, langs de kust van danau Sentani. Wat een mooi uitzicht he; schitterend. In het midden van de danau liggen er enkele kleine eilanden vol van huizen. Er staan wel restaurantjes langs de kust. Éen van die heet Asei Faa (Zoon van Asei). Van de obber heb ik begrepen dat die naam door Nederlanders was gegeven. Of dat wel zo is of niet, weet ik niet. Toen we in de ‘halaman’ van de kantoor binnen kwamen was er een jonge dame, Johanna. We wilden graag met iemand van de kantoor praten, die de cursus voor de ouderlingen verder zou kunnen regelen, maar het was ons niet gelukt. Na een poosje kwan een jonge man. Die werkt voor SMTK, die door Oce Roemi cs is opgericht. Hij was de zoon van iemand die Paheng wel kent. Ik was nog vreemd voor hem en andersom natuurlijk. Naast die school is er nog een andere SMTK in Merauke. Die is door de GGRI in samenwerking met CvO opgericht.
Van de kantoor gingen we naar het huis van fam. Roemi. Dat staat vlak bij de kantoor. De dochter van die familie, Vebe, was dikke vriendien van Wemke vroeger in Kou. En toen reden we door naar Abepura, om één van mijn college, ds. Oktovianus Boling, te ontmoeten. Hij, met zijn familie, woont in Koya Timur (ander half uur rijden van Sentani). Onder weg kreeg Paheng een telefoontje van Yustus (een ouderling van GGRI Waena) dat hij op kantoor was). Dus na de korte ontmoetting met mijn collega reden we terug naar Waena om met Yustus te praten. Paheng vroeg hem om het cursus te gaan regelen. De cursus was inderdaard geplaand, dus kon op woensdag- en dondergavond gedaan woorden. Gelukkig. Met gerust en blijschaap reden we terug naar Sentani. We lieten de de auta stil bij het parkeerterrein van Asei Faa om daar ons lunch te kunnen hebben. Van uit het restaurant kun je de danau heel goed genieten. Het uitzicht ziet er heel schitterend uit. We maakten een paar foto’s en dan aten. Ik gaf mijn fototoestel aan éen van de ober en vroeg of zij foto voor ons wilde maken. Ze wilde dat wel maar dan hield ze de toestel omgekeerd, bleek dat zij zo’n aparaat niet kon gebruiken. Grappig, maar dat was en is begrijpelijk. Na dat lekkere lunch kreeg ik diare voor enkele dagen, ik moest dan een paar tableten, Imodium, innemen. Dat was wel vervelend.
Abonneren op:
Posts (Atom)
